| º ca. 390 |
Chlodio, zoon van N.N. en N.N.
Chlodio Salische Frank (ca. 0390 - ca. 0447), semi mytisch figuur, wordt in sommige bronnen wel als werkelijk genoemd.
De eerst bekende koning van de Salische Franken, Chlodio (gestorven 460), maakte zich ca. 430 meester van Doornik en Kamerijk.
Childerik, waarschijnlijk zijn zoon (note (gb): onjuist, is kleinzoon), trad meestal nog op als bondgenoot van de overgebleven Gallo-Romeinse gezagdragers in Gallië.
0406, Traditionele datum van de grote Germaanse inval in Gallië. Waarschijnlijk is dit geleidelijk gebeurd. Na deze datum is in ieder geval het Romeinse gezag in de Nederlanden verdwenen (Toxandrie en Belgie).
0446 de Romeinse legeraanvoerder Flavius Aetius verslaat de Frankische koning Clodio ergens in Noord Frankrijk. Deze woont dan al in de buurt van Doornik en Kamerijk.
In de Grote Winkeler Prins Encyclopedie wordt hij vermeld als de vader van Childerik, in ander bronnen als de grootvader. |
† ca. 447 |
| º ca. 420 |
Merovech, zoon van Chlodio en N.N.
- 0451 Merovech, de jonge Salische koning, strijd samen met Gundebaud, de aanvoerder van de Ripuarische Franken en een groot Germaans leger samen met het Romeinse leger onder aanvoering van de grote veldheer Flavius Aetius tegen de Hunnen op de Catalaunische velden. De Hunnen worden tot staan gebracht en terug gedrongen. Er wordt vermeld dat een groot Frankisch aanvoerder van koninklijke bloede tijdens deze strijd sterft.
Waarschijnlijk Gundebaud, zodat hier een reden aanwezig kan zijn dat de Salische Franken hier een stevig fundament leggen voor hun Merovingse dynastie.
|
† 456 |
| º 436 |
Childerik I, zoon van Merovech en N.N.
Childerik I koning der Franken, was hoofd van het deel van de Salische Franken dat rondom de Gallo-Romeinse civitas Doornik was gevestigd. Tot aan zijn dood bleef hij een foederatus in dienst van Rome. Zijn zoon Chlodovech I volgde hem op. Childeriks graf werd in 1653 te Doornik ontdekt. Het bevatte interessante kunstschatten uit de Merovingische tijd, die gedeeltelijk bewaard zijn gebleven (Bibliothèque Nationale, Parijs) en het mogelijk maakten gelijksoortige vondsten te dateren.
Op grond van een bondgenootschap met de Romeinen had Childerik zijn hof en hofhouding in Doornik. In naam van Rome, maar in feite reeds voor zichzelf verdedigde hij zijn gebied en tevens het laatste Romeinse bastion in Noordwest-Gallie tegen de andere Germanen. Onder druk van binnenlandse politieke tegenstanders moet Childerik naar Thuringen vluchten.
Negen jaar later kan hij weer terugkeren. In Thuringen ontmoet hij zijn vrouw Basina.
481 Childerik, een koning der Salische Franken uit het geslacht der Merovingen, sterft in zijn residentie Doornik.
Childerik was de opvolger van Merovech, de naam gever van het geslacht der Merovingers. Na de dood van de Romeinse keizer Majorian probeerde hij het gezag van Aegidius de keizerlijk gouverneur omver te werpen. Hij slaagde hier niet in en moest vluchten naar Thuringen. Aegidius volgde hem op als koning van de Salisch Franken. |
† 481 Begraven in Doornik. |
| º 466 |
Chlodovech I, zoon van Childerik I en Basina van Thuringen, werd gedoopt op 24 december 498 (of 499).
Beroep: Koning der Salische Franken. Hij trouwde met Chlotilde van Bourgondie, geboren ca. 470, overleden 548. Vrome katholieke nicht van de Bourgondische Koning Gundobald. Uit dit huwelijk: Beroep: Koning van Soissons en der Franken.
Chlotarius I (gestorven 561), koning der Franken, jongste zoon van Chlodovech I, was koning van Soissons (511-558) en van het gehele Frankische Rijk (558-561). Hij veroverde Thüringen in 531 en na de dood van Theodorik de Grote, koning der Ostrogoten, Bourgondië (534) en Provence (536). Hij was gehuwd met Arnegundis, wier graf tijdens opgravingen (1952-1954, 1957 en volgende jaren) onder de kerk van Saint-Denis, ten noorden van Parijs, werd ontdekt, met merkwaardige kunstschatten.
Chlodovech I alias Clovis I "the Reparian", (466-511), koning der Franken, volgde ca. 481 zijn vader Childerik op als gouwkoning der Salische Franken. Vanuit Doornik drong hij door naar het bekken van Parijs, dankzij de zege die hij in 486 te Soissons behaalde op Syagrius, de laatste Romeinse veldheer in Gallië.
Hij koos Reims als residentie en vergrootte tot ca. 493 zijn gebied door de onderwerping van alle Salische volken. Om deze machtsuitbreiding te bestendigen trad hij toe tot een verbond dat de Ostrogotische koning Theodorik de Grote tot stand had gebracht tussen de verschillende in het westelijk deel van het Romeinse Rijk gevestigde Germaanse koninkrijken.
Hierdoor beschermde Chlodovech de zuidgrens van zijn rijk tegenover twee Ariaanse rijken, dat van de Visigoten, gevestigd in Zuidwest-Gallië, en dat van de Bourgondiërs, die zich in de streek van Saône en Rhône hadden gevestigd, zodat hij al zijn krachten kon aanwenden tegen de bedreiging van de Alamannen in het oosten.
In het kader van de toenaderingspolitiek t.o.v. de Germaanse rijken in Midden- en Zuid-Gallië huwde Chlodovech in 492 of 493 de katholieke nicht van de Bourgondische koning Gundobald, Chlotilde.
In 496 of 497 versloeg hij de Alamannen te Zülpich bij Keulen. Met deze gebeurtenis brengt een overlevering de bekering van Chlodovech tot het christendom in verband. Zeer waarschijnlijk op kerstdag 498 (of 499) liet hij zich te Reims dopen, wat hem de sympathie van de bisschoppen en de Gallo-Romeinse bevolking van Zuid-Gallië verzekerde, toen hij eraan dacht de Loire te overschrijden om het Ariaanse rijk van de Visigoten te veroveren, nu de bedreiging uit het oosten was opgeheven. Ondanks de bemiddelingspogingen van Theodorik rukte Chlodovech in de lente van 507 op, versloeg de Visigotische koning Alarik II, en bereikte Bordeaux. Onder de indruk van deze overwinning sloten de Bourgondiërs zich thans bij de Franken aan. De Visigotische hoofdstad Toulouse werd door de Franken ingenomen (508).
Chlodovech trok naar het noorden terug en verlegde zijn hoofdstad van Reims naar Parijs, dat thans het centrum was van een uitgestrekt gebied dat Chlodovech als zijn persoonlijk bezit beschouwde. Met de onderwerping van de Oost-Franken aan de middenloop van Maas en Rijn (509) beëindigde hij zijn roemrijke regering. Na zijn vroegtijdige dood (511) werd het rijk als een erfdeel onder zijn zonen verdeeld.
De bekering van Chlodovech tot het christendom is een van de belangrijkste feiten uit de algemene geschiedenis van de middeleeuwen. Hierdoor overbrugde hij de tegenstelling tussen de heidense Franken en de christelijke Gallo-Romeinen en verzekerde hij de toekomst en het behoud van zijn veroveringen.
Bij zijn troonsbestijging in 481 was Clovis die Childerik I opvolgde, een weinig betekenend Frankisch vorst, wiens rijk uit niet meer bestond dan de beide noordelijke Rijnoevers. Door list en geweld wist hij zijn gebied uit te breiden, zodat het tenslotte het grootste deel van Gallie en grote stukken van Germanie omvatte. Als hoofdstad koos hij Parijs in plaats van het voormalige Doornik.
0507 Alle Salische en Ripaurische medekoningen afgezet. Clovis alleen heerser over het Frankisch gebied.
|
† 27.11.511 in Parijs. |
| º ??? |
Childebert I, zoon van Chlodovech I en Chlotilde van Bourgondie.
Childebert I (overleden in 558), koning der Franken, zoon van Chlodovech I, kreeg na de dood van zijn vader in 511 waarbij het rijk verdeeld werd, Parijs en West-Frankenland van de Somme tot de Loire. Ondanks de felle broedertwisten tussen de zonen van Chlodovech overwon Childebert samen met zijn broeders in 523 de Bourgondische koning Sigismond. Hij voerde een onbesliste strijd tegen de Visigoten in 531 en 542. Childebert is de stichter van de beroemde abdij van Saint-Germain-des-Prés.
|
† 558 |
| º ca. 440 |
Siegbert de Kreupele, zoon van Childebert I en N.N.
Beroep: Koning van Keulen (Salische Franken, Ripaurische Frank (=Rijn Franken)). Hij trouwde met N.N. Uit dit huwelijk:
Siegbert werd vermoord door zijn eigen zoon Cloderic op bevel van Clovis 1.
|
† 509 |
| º 470 |
Cloderic "The Paricide", zoon van Siegbert de Kreupele en N.N..
Beroep: Koning van Keulen. Hij trouwde met N.N. Uit dit huwelijk:
Cloderic werd vermoord door handlangers van zijn bloedverwant - waarschijnlijk grootvader - Clovis I, koning der Salische Franken, nadat hij in opdracht van hem zijn eigen vader Siegebert had vermoord omdat Clovis jaloers was op het koningschap van Siegebert.
|
† 509 |
| º ca. 500. |
Munderic van Vitrey, zoon van Cloderic "The Paricide" en N.N.
|
† 532. |
| º Ca. 522 |
Gondulfus, zoon van Munderic van Vitrey en Arthemia, van beroep Bisschop van Tongerlo (599).
|
† |
| Geboren:ca. 552 |
Bodegisel II, (Bodegeisel, Bodogisel) Hertog van Aquitinië; Ambassadeur van Byzantium, zoon van Gondulfus en Palatina.
|
† 589 in Carthage (Africa) (vermoord | murdered). |
| º 13.08.582. |
Arnulf van Metz |
† 16.08.640. |
| º Ca. 607 in Austrasië, Frankrijk. |
Ansegisel van Austrasië, zoon van Arnulf van Metz (tevens oom van Begga, de vrouw waarmee Ansegisel zal trouwen) en Doda (Oda) van Saksen.
|
† Ca. 662, begraven in de abdij van Audene. |
| º Ca. 650 in Landen, België. |
Pippijn II "de Dikke""de Middelste" van Herstal Had een buitenechtelijke relatie met zijn bijzit Alpaïs (of Chalpaïs, of Chalpada Alpaidis), dochter van Childebrand.
Uit deze relatie: De hofmeiers (maiores domus), aanvankelijk het hoofd van de koninklijke hofhouding, werden vanaf het midden van de zevende eeuw, behalve de bewindvoerders, ook de vertegenwoordigers van de verlangens van de adel. Dit is een tendens die merkbaar was in alle deelrijken. |
† 16.12.714 in Jupille a/d Maas, België. |
| º 23.08.676 in Herstal (Wallonië, Belgë). |
Karel Martel |
† 22.10.741 in Quierzy, Aisne, Frankrijk. Begraven begraven in de Saint-Denis-basiliek in Parijs. |
| º dd.mm.715 in Jupille. |
Pippijn III "de Korte"
Pippijn erfde van zijn vader het hofmeierschap over Neustrië, Bourgondië en provence en beheerste samen met zijn broer karloman het Frankische Rijk.
|
† 24.09.768 in St. Denis |
